HOME / KENNISBANK / De eisen van de sportbonden voor sportveldverlichting

De eisen van de sportbonden voor sportveldverlichting

09-06-20
Waar moet u op letten bij de aanschaf van led-sportveldverlichting? Wat zijn de eisen van de sportbonden bij bepaalde disciplines? Voor elke sport en voor ieder sportonderdeel gelden andere normen. De belangrijkste? De hoeveelheid licht (lux) en de gelijkmatigheid van het licht. Deze zijn namelijk vastgelegd in een Europese norm voor sportverlichting NEN-EN12193, welke door de verschillende sportbonden worden aangevuld.

Hoeveel licht heeft een sportveld nodig?
Ieder sport kent zijn eigen normen wat betreft het benodigde aantal lux. Het verschil tussen de sporten heeft te maken met verschillende factoren. Zo wordt er bij de bepaling van de normen gekeken naar de snelheid van het spel en de bal, maar ook naar het gevaar dat de sport met zich meebrengt en de verhoogde kans op blessures bij verminderd licht. Als voorbeeld nemen we het verschil tussen voetbal en hockey. Op een trainingsavond moet bij hockey een lichtsterkte worden aanhouden van 200 lux terwijl dit bij voetbal maar 75 lux is. De reden dat dit bij hockey hoger is, is omdat de bal veel kleiner en sneller is dan een voetbal. Daarbij speelt ook mee dat het gevaar van een hockeybal veel groter is dan een voetbal wanneer deze in aanraking komt met een speler.

Sportvelden kennen drie categorieën van lichtsterkte. Er wordt onderscheid gemaakt tussen
  • Trainingen
  • Clubwedstrijden (amateurs)
  • Topsportwedstrijden.
Bij voetbal is er nog een vierde categorie die de lux-norm bepaalt voor wedstrijden op een lager amateurniveau.

Verlichtingsnormen sportvelden per sport


Gelijkmatigheid van licht
De norm geeft ook aan hoe gelijkmatig de verlichting op het veld moet zijn. De gelijkmatigheid van de verlichting is een maat voor de verdeling van het licht over het veld en moet vooral hoog zijn in de tennis- en hockeysport. Voor de verlichting van tennisbanen beveelt de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSvV) aan om deze gelijkmatigheid alleen binnen de speelveldbelijning toe te passen. Op het gehele speelveld kan een gelijkmatigheid van minimaal Eh,min/Eh,gem = 0,4 worden gehanteerd.

Masthoogten
De hoogte en het aantal masten is niet als regel vastgelegd, maar voor tennis is het mogelijk om verlichting op een lagere masthoogte te monteren (vanaf 7 meter) met minder sterke lichtbronnen. Normaal worden masthoogten van 12 tot 15 meter toegepast.

Voetbal
Voor voetbalvelden geldt een minimum van 15 meter voor de masthoogte. Bij wedstrijden op amateurniveau moeten de masten minimaal 18 meter hoog zijn.

Hockey
Hockeyvelden vereisen te allen tijden een minimale masthoogte van 15 meter, voor zowel trainingen als wedstrijden.

Tennis
Bij tennisvelden wijkt de norm iets af, waardoor er (afhankelijk van de gebruikte lampen) verschillende masthoogten aangehouden kunnen worden. Minimaal tussen 7 en 15 meter moet hierbij de minimale hoogte zijn.

Vrije uitloopzone
De minimale vrije uitloopzone is de ruimte van een sportveld waarin geen lichtmasten geplaatst mogen worden. Deze zone bedraagt bij voetbal 4 meter en bij hockey 2 meter. Bij tennis mogen helemaal geen masten op de banen geplaatst worden.

Meer weten?
Wilt u meer weten over de mogelijkheden en kosten van led-sportveldverlichting? Wij helpen u graag verder. Bel 0113 - 405 806 of vul ons contactformulier in.

Deel bericht:

Meer lezen

De sportlening van het BNG Duurzaamheidsfonds

Lees meer

BOSA-subsidie voor bouw en onderhoud sportaccommodaties

Lees meer

De voordelen van het LICHT² led-sportveldarmatuur

Lees meer

Op de hoogte blijven?
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief!